1943: Gevluchte Nederlandse regering in Londen wilde geen joden op hoge regeringsposities

 

Hieronder een schrijven d.d. 2 september 1943 van de minister van Buitenlandse Zaken mr. E. van Kleffens aan de minister van Justitie mr. J.R.M. van Angeren naar aanleiding van een telegram van Harer Majesteits gezant te Bern mr. J.J.B. Bosch Ridder van Rosenthal.

Reacties op bovenstaande brief:

Ronny Naftaniel van het CIDI noemt het document “verbijsterend”.
“En die Van Kleffens souffleerde dus Wilhelmina. Dit is ontluisterend. Zo werd er dus in 1943 nog gedacht door de Nederlandse regering. Dachau en Bergen-Belsen waren toen al lang bekend. De zaak wordt hier volkomen omgedraaid. Dit duidt op een rabiaat en diepgeworteld antisemitisme bij diplomaten en in regeringskringen destijds.”

NIOD-onderzoeker Gerard Aalders: “Wereldvreemd! Alsof die joden hun gastheren zouden verraden. Dan waren ze toch meteen zelf de klos. Ik ken dit document niet, maar dit is echt bizar.”

Opmerking

Het telegram waar minister Van Kleffens naar verwijst was dus afkomstig van mr. J.J.B. Bosch Ridder van Rosenthal. Hij was vlak voor de Duitse inval in Nederland benoemd tot Harer Majesteits gezant te Bern.

Ook binnen het Nederlandse verzet waren er bedenkingen over de joden, zoals blijkt uit een notitie van de verzetsstrijder Andreas Ausems.

Ausems was begin september 1943 via de escaperoute naar Londen vertrokken, waar hij in december 1943 aankwam. Begin 1944 keerde hij terug naar Nederland.

In de nacht van 29 februari op 1 maart 1944 werd hij samen met de radiotelegrafist Jacobus Eugène van Loon, in de omgeving van Rijsbergen, boven Noord-Brabant geparachuteerd. Hij werkte als verbindingsofficier tussen de Raad van Verzet (RVV), het Bureau Inlichtingen en de Nederlandse regering in Londen en had de volmachten van een regeringsvertegenwoordiger.

Alvorens terug te keren naar Nederland had Ausems ten behoeve van kolonel Somer van het Bureau Inlichtingen nog het volgende over de ondergedoken joden genoteerd:

Er zijn natuurlijk ook goede, doch er zijn er die verbazend indringerig zijn, mopperen over de kinderen en het eten en de huiselijke regelen naar hun wensen willen hebben en er niet over denken dat zij zich volgens de huiselijke regelen van dat gezin hebben te gedragen. Ik heb zelf twee joodse jongens en 1 joods meisje in huis gehad. Mijn vrouw, die geen dienstmeisje had, moest hen de gehele dag nalopen en kreeg geen medewerking. Zij zijn onvoorzichtig door het schrijven van brieven aan elkaar, waarin zij uitvoerige gegevens vertellen over de familie waar zij ondergebracht zijn. Hierdoor zijn ook mensen verongelukt. Aan de andere kant heb ik ook joden ontmoet die zeer goed en sympathiek zijn, doch zij vormen de grote minderheid van de ondergedokenen. Wanneer je aan illegaal werk doet, dan ben je bang voor een jood. Je helpt hen dan niet meer en heb je een slaapadres nodig, dan informeer je eerst of er een jood verborgen gehouden wordt. Het is zeer erg wat de joden wordt aangedaan, doch je moet ook voor de veiligheid van je eigen familie zorgen en daarom kan je ze dan niet meer helpen. Een en ander is mijns inziens de schuld der joden zelf en niet het gevolg van de Duitse of NSB-propaganda.
(Bronnen: Erik Schaap en het Nationaal Archief te Den Haag)

Tot slot nog wat over de houding van de Nederlandse ballingenregering in Londen inzake de deportaties van de joden:

Op 13 december 1943 schreef Henri Dentz, een Nederlands medewerker van de regeringscommissaris Ferwerda in Londen, een rapport met als titel: ‘Repatriering uit Polen’. Letterlijk schreef hij:

“Hetgeen ik heden van Dr. Schwarzbart (Polish National Council) vernam, bevestigt hetgeen ik reeds van andere zijden gehoord had. Voor het lot onzer landgenooten moet men het ergste vrezen. De vijand schijnt zijn voornemen, de Joden systematisch uit te roeien, grootendeels bereikt te hebben. Oorspronkelijk bevonden zich in Polen omstreeks 3.300.000 Joden, waarbij nog 700.000 uit Duitsland en bezette gebieden gevoegd werden, 400.000 wisten naar de Sovjet-Unie te ontkomen. Het getal der resteerende 3.600.000 is volgens Dr. Schwarzbart’s berichten in gevolge ontberingen in massa-executies tot omstreeks 300.000 geslonken. Van andere zijde hoorde ik een schatting van 500.000. Naar verhouding moet men vrezen dat van de 120 à 140.000 uit Nederland gedeporteerde Joden bij lange na geen 75.000 meer in leven zijn. De bevolking van het meerendeel der steden en ghetto’s, waar zij ondergebracht werden schijnt reeds geliquideerd te zijn. Hun bestaansomstandigheden zijn erbarmelijk, zoowel wat behuizing als voedselvoorziening betreft (…).”

Dentz stuurde zijn rapport, aan het eind van dat jaar, naar koningin Wilhelmina; alle Nederlandse ministeries alsmede naar andere instellingen, zoals het Rode Kruis. Niemand toonde interesse.

 

Opmerking:

Op bevel van de Londense ballingenkliek is de NS pas op 17 september 1944 in staking gegaan. Vier dagen na het laatste transport met onder andere 77 ontdekte ondergedoken joodse kinderen. Toen was de klus helemaal geklaard.

Gerard

 

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s